Ik en samenwonen… Besparen

Lief heeft zijn leven ingericht op groen, biologisch en bewust. Ik ook, dacht ik. Ik ben echter nog al vergeetachtig, dus hebben wij ruzie.

Ik ging namelijk naar mijn werk en vergat de kachel lager te zetten. Lief was hier niet van gecharmeerd en wil mij dit dan duidelijk maken door mij vermanend toe te spreken. Ik ben daar niet van gediend, ik ben geen drie! Maar, ik moest toegeven dat ik voortaan beter op zou kunnen letten.

Nu heeft het huis ook af en toe frisse lucht nodig, dus soms zet ik de ramen op een kiertje als ik weg ga. Omdat ik weet dat de verwarming als ik hem aan zet dan staat te branden als een malle had ik deze dus op de nacht-stand (15 graden) gezet en was weg gegaan. In de veronderstelling dat Lief het vast prettig zou vinden om in een fris huis thuis te komen.

Lief’s gezicht stond bij thuiskomst echter op onweer. Dus ik benaderde hem al wat omzichtig ‘Leuke dag gehad?’ Maar Lief zat niet te wachten op een gezellig praatje.

‘Het is buiten wel wat kouder dan 15 graden he?’

‘Uh, ja, ik heb mijn handschoenen ook gewoon aan hoor!’

‘Dan heeft het dus weinig nut om de kachel op 15 graden te laten staan als je de ramen open zet!’

Oh kut….

Inmiddels denk ik dat ik alle fouten op het gebied van water en elektriciteit besparing wel heb gemaakt. En het zijn er een heleboel! De lichten aan laten staan als ik weg ga of niet in de betreffende ruimte ben, de koelkastdeur niet goed dichtdoen (volgens mij is de indeling van de koelkast gewoon fout, volgens Lief ligt het aan mij), en als ik onder de douche stap draai ik de ‘douche-coach’(een leuk woord voor een zandloper) om zodat ik niet te lang onder de douche sta.

Van de week kwam ik thuis en begon op de trap al mijn verhalen van de dag te vertellen. Het licht was aan, dus Lief was thuis. Er kwam echter geen reactie. Na ook alle kasten en zelfs het dak (Lief schijnt geregeld te denken dat hij daar een kijkje moet nemen) gecontroleerd te hebben moest ik concluderen dat hij niet thuis was.

Dus toen hij een uur later binnen kwam zeilen zei ik: “Ja, het licht was nog aan.”

Nu hebben wij ruzie.

7 April 2010
By on 11:03
Ik en samenwonen… Servies

Wij hadden geen samenwoon-waardig servies. Lief’s borden zijn al dertig jaar oud (vermoed ik) en die van mij zijn gemaakt van onbreekbaar plastic, de samenhang is ver te zoeken.

Dus moest een nieuw servies worden aangeschaft.

Nu heeft Lief een vervelende eigenschap waar het huisraad betreft, dat wat hij mooi vindt valt altijd buiten het besteedbare budget. Voor zijn verjaardag heb ik al eens gezocht naar door hem geliefde borden, deze bleken dertig euro per stuk te zijn. Wij houden er van om anderen te eten te vragen, dus acht borden in deze prijsklasse werd toch iets al te gortig.

Gelukkig kwam Lief deze week iets tegen dat zijn hele gezicht deed glimmen. “An, kom kijken, dit wil ik hebben! Wat vind jij?”

Ik moest even drie keer knipperen en vijf keer diep ademhalen toen ik het betreffende servies zag. Lief had zijn oog laten vallen op een lading borden die in het huis van mijn overleden opa en oma niet hadden misstaan. Bloemetjes en gouden randjes, rechtstreeks uit de jaren ’50 in de schappen gestraald. Waarschijnlijk nog echt waar ook, want wij waren op dat moment in een kringloopwinkel. Ik had natuurlijk kunnen weten dat dit geen goede plek zou zijn om Lief mee naar toe te nemen.

Na nog een blik op het servies en de bedenking dat ik dit mijn vrienden voor zou moeten zetten als zij kwamen eten zei ik resoluut: “NEE!”

Lief’s zon verdween meteen uit zijn gezicht en ik verwachte bijna een snik. Vervolgens ging hij zitten mokken in een stoel in de winkel, terwijl hij mij met praktische voordelen probeerde over te halen. Jammer genoeg voor hem was het enige praktische voordeel de prijs.

De afwijzing van het servies had echter een groot nadeel, een mokkende man, daar is mijn hart niet tegen bestand. Ik wilde die zon weer terug zien in zijn gezicht.

En dus zei ik na een kwartiertje: “Ik kijk er nog wel een keer naar.” En liep terug naar ons toekomstig servies om te zien of ik er aan kon wennen.

Op weg daarheen zag ik echter iets anders, naast het servies stond een schaaltje in dezelfde stijl met een suikerpotje en een melkkannetje er op. Deze maakten het servies zo geweldig fout, maar ook compleet, dat ik enthousiast werd. Dus zei ik tegen Lief: “Pak maar in, maar dat melkkannetje moet er bij!” Lief keek zoals ik een kwartier geleden had gekeken, maar blijkbaar waren de bloemetjes hem erg Cimg1524dierbaar want hij ging akkoord.

Dus hebben wij ons samengesteld servies de deur uitgegooid en een nieuw servies van een ons onbekende oma in onze armen gesloten.

Dit tot grote hilariteit en afschuw van al onze vrienden.

4 February 2010
By on 11:58
Ik en samenwonen…. Verhuizen!

Mijn fietsmand en ik waren al maanden dikke vrienden. Hij voorzag mij in genoeg ruimte op mijn enige vervoersmiddel om mijn dagen te vullen volgens mijn te drukke heen-en-weer-schema. Pendelen tussen huis, werk, huis van lief, etentje bij vrienden en het café, overal waar ik ging, ging hij ook.

Vandaag zijn fietsmand en ik gescheiden. Niet voor altijd, want soms zal hij mij nog wel van dienst zijn, maar dagelijks zal ik hem niet meer hoeven gebruiken.

Lief kwam namelijk met het voorstel om te gaan samenwonen.

In gedachte was dit altijd een zeer romantisch kaarsverlicht moment geweest of een desperate uitroep van Lief die echt niet zonder mij kon. In het echte leven is Lief echter zeer pragmatisch ingesteld en was het geen vraag maar meer een tip ingeleid met de woorden ‘zou het niet makkelijker zijn als…’ ingegeven door de voorgenomen verhoging van mijn huur en waarschijnlijk onze beider drukke agenda’s.

Mijn reactie was ook geen uitbarsting in tranen en Lief zoenend om de hals vallen. Het enige dat ik deed was mijn schouders ophalen, mijn kamer eens rondkijken en vragen of er meubelstukken waren waarmee hij echt niet mee door een deur zou kunnen.

Daarna was het onderwerp gesloten en het besluit blijkbaar genomen.

Dus pakte ik, onder de bezielende leiding van mijn moeder, die aangesteld was voor het weggooi-element, mijn hele leven weer in dozen in. Verhuizen is mij niet vreemd.

Toch was het dit keer anders.

Ik hoefde namelijk niet mijn hele leven in te pakken. Een deel van mijn leven zou van nu af aan bij mijn historie horen. Dat deel zou worden overgenomen door ‘het samen leven’. Bij elk ding dat ik inpakte vroeg ik mij af of het nu bij ons of toch meer bij mij hoorde.

Samen hebben wij een aantal keren een stapel dozen verhuist en op die manier nam ik mijn intrek in zijn huis. Alwaar ik mijn plekje moet veroveren omdat het huis door Lief zelf gebouwd is en dus voldoet aan al zijn praktische inzichten.

Inmiddels staan dus alle meubels en dozen bij Lief en zit ik bij Lief op de bank en struikel soms over de woorden ‘zijn huis… uh… ons huis.’

17 January 2010
By on 20:37
Ik en het voordeur-voorval

Sommige dagen gebeuren mij rare dingen. Ik vraag hier zelf niet om, ze overkomen mij. Zo ook afgelopen vrijdag.

Voor mijn deur stonden twee jongens. Mannen, zouden zij misschien zelf zeggen. Maar ik vond dit geen mannen, zij zichzelf wel, waardoor ik ze nog meer jongens vond.

“Ik zoek nummer 136”

Waarschijnlijk bedoelde hij: WIJ zijn op zoek, want ook nummer twee stond mij een beetje verdwaasd aan te kijken.

Wellicht was ik beland in een spelletje real life Bingo? Maar aangezien hij toch echt op mijn deurbel had gedrukt (nam ik aan, aangezien ik de deur dicht heb wanneer er wordt aangebeld) en ik nu eenmaal op nummer 136 woon, nam ik aan dat ‘nr. 136’ mijn nieuwe bijnaam was.

Blijkbaar had ik iets te lang gewacht, want de jongen vervolgde nu ongeduldig:

“Nummer 136?”

“Dat ben ik.”

Misschien verkochten ze scouting-koekjes, niet dat ik daar trek in had, maar het baarde mij zorgen, wilde ik koekjes?

De blik van nummer twee veranderde nu van verdwaasd naar pure horror.

“Who’s Your Daddy?” vervolgde nummer een zijn vrijpostige vragenvuur.

Nu brak mijn klomp. Dit vond ik toch wel erg banaal uit de hoek komen.

Aangezien ik gewoon op de hoogte ben van het bestaan van mijn biologische vader en geenszins van plan dit met een mij volslagen onbekende te gaan bespreken.

“Who’s your daddy?” dit spelletje kunnen wij allebei spelen dacht ik.

“Oh kut, nummer 186!” en nummer een en twee vertrokken weer.

6 October 2009
By on 00:42
Zelluf doen!

“Ja, ik sta hier dus met die doos bij de vuilnisbak en nu?”

Dat leek mij het enige gespreksonderwerp waarvoor het meisje met de hoogblonde lange haren in haar mini-rok in de buurt van onze ondergrondse vuilnisbakken een telefoon nodig had.

Sommige mensen kunnen ook niets zelf.

“Schat, ik sta hier bij de sla, maar welke moet ik nu nemen.”

De groene, denk ik dan altijd.

Als je het verschil niet weet, kies dan gewoon lekker zelf.

1 October 2009
By on 12:20
Ik en de 30-ers

Het was een shock…

Na een avond TV kijken was ik ineens een boel complexen rijker.

De avond ‘zoooo 30’ door de AVRO is de grondlegger van deze complexen.

Het stond niet op mijn programma om deze show te gaan kijken, maar al zappend kwam ik er langs en zoals dat dan gaat bleef ik hangen.

Een beetje pesterig SMS’ste ik mijn vriend: “Sow, een hele avond TV voor jou!” Tsja, een leeftijdsverschil waarbij net het eerste cijfer van de samenstelling verschilt is altijd grond voor een grapje.

Shock 1 was het antwoord op dit SMS’je: “30-ers zijn tussen de 25 en 35, dus dat zijn wij allebei!”

WAT?!?! Al mijn (al dan niet gespeelde) jeugdigheid werd meteen met de grond gelijk gemaakt. Tot deze tijd had ik mijn niet weten altijd nog kunnen verschuilen achter ik ben nog in de twintig, dus nog een heel leven te gaan.

Kijkend naar het programma bleek mijn niet weten mij nu net een dertiger te maken.

‘We’ wikken en wegen over alles en weten niets zeker.

Omdat ik halverwege het programma binnen was gevallen wilde ik toch nog wel even de afgenomen test doen, dus snel het internet op en de vragen beantwoord.

Shock 2: U hebt een dertigers probleem!

WAT?!?! Ik zat gewoon rustig TV te kijken en een half uurtje later heb ik ineens een probleem. Ik kan best leven met mijn niet weten en wikken en wegen, het maakt mijn leven namelijk ook afwisselend, dacht ik altijd. Maar blijkbaar vinden de meneren en mevrouwen dertigers-onderzoekers dat ik een probleem heb.

Ik moest even gaan zitten met een kopje thee op de gekregen (dus geen geld uitgegeven) bank in mijn kamer (met nog een lading aan niet-gekochte spullen) in mijn huur-huis (een constante uitgave-post waarvan ik mij altijd afvraag of hij voor minder geld niet groter kan). Hoe kan ik nu een dertigers-probleem hebben? Ik studeer nog, heb een vaste baan en een huur-huis. Alle kans om nog te wisselen, veranderen en bij te leren dus. En natuurlijk de daarbij komende afwegingen te maken.

Wat nou een probleem? Problemen zijn er toch om opgelost te worden (tenminste, dat is mijn standaard antwoord op mijn werk)?

Maar moet ik dit probleem wel oplossen?

Is mijn niet weten, mijn wikken en wegen, mijn draaien en rollen nou niet precies dat wat mijn leven zo ontzettend interessant maakt?

Ik kan mij per ongeluk opgeven voor schrijvers wedstrijden waardoor ik ineens op zondagmiddag in Amsterdam op een podium sta voor te dragen.

Ik kan vrijblijvend naar huizen zoeken op funda en wegdromen over hoe ik dat huis tot een paleisje kan omtoveren om vervolgens mijn deur uit te stappen en samen met de buren in de zon in een biertje te drinken in onze zelf gefabriceerde tuin. Om ook meteen te beslissen dat ik wel gek zou zijn om mijn kamer in (bijna) centrum op te geven voor een geld-slurpende en energie-vretende business van kopen en verbouwen.

En mocht ik daar toch zin in hebben dan verf ik mijn bed gewoon in een andere kleur, waarna ik de kasten ook even onderhanden neem. Om dat de dag daarna weer terug te verven in de oorspronkelijke kleur.

Nee, ik vind al dat wikken en wegen fantastisch, maar misschien komt dat wel doordat ik van dromen hou.

Dus meneren en mevrouwen onderzoekers: het fundament van een probleem is dat het lijdend voorwerp dit ook als probleem beschouwd. Of is dat betweterige ook iets van een dertiger?


By on 12:18
Klein zijn

Langs de waterkant lopen zij

zijn grote vingers omvatten haar kleine

de zon in hun rug

   

Zij kijkt op naar meters hoog

een reus, in haar gedachte

alles dat niet breken kan

   

Een plek waar zij beschermd is

niets kan haar iets maken

door het simpele gebaar

   

Er is niets meer dan

alleen zij tweeën

Papa en ik

Groot en klein

De hele wereld past daar tussen

6 July 2009
By on 21:59

Mijn voeten dragen zwaar

over alles vergeten

gras, niet langer groen

richting het schaduwspel

van zwart en wit

waar kinderstemmen schalden

en laarzen, trap op

trap af, stampten in de gang

en nu onder as zwart

slapen


By on 21:55

De dood is wel het einde

want daarna is er niets

voor zij die achter blijft

Met in haar hoofd

de duizend woorden

die zij jou zeggen wilde

Nu raken zij geen waarheid

alleen een kil gemis


By on 21:51
Ik en de dirigent

Vandaag zag ik hem in de metro.

Hij stond alleen tussen de bankjes met zijn iets te grote zwarte jas en flap-over tas.

De dirigent.

Met minimale bewegingen dirigeerde hij de wereld in de metro. Zijn duim en wijsvinger maakten een perfecte O en zijn handen leken door de lucht te zweven op de maat van een onhoorbare muziek.

Hij dirigeerde de dikke meneer die een beetje stonk pardoes naar buiten toen de metro stopte op het drukke overstap perron.

Het kostte hem even moeite het invoegende mens-orkest onder controle te krijgen. De bewegingen zwollen aan alsof ook het onhoorbare geluid bombastisch aanwezig was.

Maar uiteindelijk was zelfs de hippe jongen die zichzelf erg stoer vond in zijn baggy jeans en net iets te hip en strak gestylde haar, onder controle, terwijl hij de jonge vrouw die twee bankjes verderop zat subtiel probeerde uit te kleden met zijn ogen.

En ook zij viel ten prooi aan de bewegingen van de dirigent. Nerveus plukte zij aan haar haar onder de donkere blikken die in haar bewegingen een aanmoediging zagen.

Ik zat vijf bankjes verder en bekeek het geheel.

Tot op mijn eindstation en ik uitstapte.

De armen hielden stil, de blikken stopten zonder resultaat en het haar bleek eindelijk goed te zitten.

Wie dirigeerde er nu wie?

7 June 2009
By on 14:44